- De discussie over de wolf in Nederland ligt gevoelig. Tegenstanders van de wolf vind je vooral onder schapenboeren. Begrijpelijk, want het zal je maar gebeuren dat een wolf onder je schapen huishoudt. Daarnaast wijzen jagers op de onbalans die de wolf brengt in een goed faunabeheer. Voorstanders wijzen erop dat de wolf van oorsprong hier thuishoort: in 1881 verdween de laatste wolf, in 2018 was hij er weer. Het schrikbeeld dat drs. P. in zijn troikalied bezong lijkt niet aan de orde, maar je kunt toch de vraag horen ‘wat als een roedel ooit een mens aanvalt?’ Toch is de ervaring in Europa dat de wolf nauwelijks een gevaar vormt voor de mens. Blijft de boeiende vraag: mens en dier: hoe doe je beiden recht?

De wolf mag wettelijk niet bejaagd worden, maar wel geweerd. Dus gaat het gesprek nu vooral over maatregelen die nodig en mogelijk zijn om risico’s en overlast beheersbaar te maken, zoals met afrasteringen en subsidieregels. De wolf is niet ‘geimporteerd’ zoals bij het uit de hand gelopen project van de dieren in de Oostvaardersplassen. Daar gaat het trouwens niet om roofdieren. Met roofdieren als vossen, marters e.d. hebben we leren leven. Wilde zwijnen noemen we ook geen roofdier, maar ze kunnen wel behoorlijke schade aanrichten. De wolf kent geen grenzen, en selectie aan de poort is lastig. Het is zoeken naar een wolfveilig en wolfvriendelijk klimaat, zowel voor de mens als voor het dier. Moeten mensen durven veranderen in hun kijk op de wolf in Nederland?

Bij die vraag is het aardig een vergelijking te maken met een ander dier: de ijsbeer, levend in de koude en barre poolgebieden. De mens die zich daar vestigt komt in een biotoop waarin ijsberen leven, voedsel vinden, zich voortplanten. De omgang met het dier en het respect ervoor van de mens verschilt nogal. In Canada krijgen alleen de ‘Inuit’ - de eskimo’s - een jachtvergunning, maar het schijnt lucratief te zijn om die door te verkopen aan toeristische trofeejagers uit de rest van de wereld: mooi zo’n dier als haardkleed … Toch is jagen op ijsberen er verboden, evenals in Rusland, Groenland, en Spitsbergen.

Spitsbergen: daar staat de ijsbeer op een voetstuk. Ze mogen er vrij leven, vanuit de filosofie dat de mens zich daar heeft ingedrongen in het bestaan van de ijsbeer als oorspronkelijke bewoner. Mee door klimaatveranderingen is hun menu van robben en zeehonden uitgebreid met rendieren, poolvossen of zelfs vogeleieren. Maar ze komen inmiddels ook af op het voedsel dat de mens consumeert. Ze zijn niet meer bang, en zien de mens eigenlijk als een ‘verticale rob’, dus zijn ze een gevaar voor de mens. De huidige verordening zegt dat je je buiten de bebouwde kom alleen mag begeven met een geladen en ontgrendeld geweer, schietklaar. Toch mag je alleen uit lijfsbehoud op een beer schieten. Wie er toch een schiet is verdachte van een misdrijf, moet zich verantwoorden en bewijzen dat hij of zij geen andere keus had. *)

Nederland is geen Spitsbergen, en een ijsbeer is geen wolf. Hoewel sommige mensen bij het vraagstuk van de wolf teveel beren op de weg zien kan er natuurlijk ooit een moment komen dat het aantal wolven een te grote last gaat vormen. Ik hoop dat er dan net als bij andere tegenstellingen (denk aan de spanning tussen ecologie en economie zoals in de stikstofdiscussie) een zorgvuldige afweging zal volgen tussen de natuurlijke fauna en de beperking of beheersing van overlast. Elkaar blijven bestrijden levert altijd minimaal één verliezer op, maar nog vaker twee. Vernietiging van wat overlast geeft is niet (altijd) het eerste, laat staan het beste. Dus is een constructieve dialoog nodig om door de tijd heen goed met deze nieuwe ontwikkeling om te gaan.

*) Dank aan Frank Westerman voor het prachtige verhaal in zijn recente boek Te waar om mooi te zijn.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)

Deel dit artikel