Lead Image 1:
Lead image TXT 1: Sjoel ontvangt Yad Vashem-penning van Elburger familie Westerink
Zussen Miep en Koosje Bleij en Hugo van Zeil schenken de Yad Vashem-penning aan Gerard van der Velde, tweede voorzitter van Museum Sjoel Elburg (rechts). Foto: Museum Sjoel Elburg

Zussen Miep en Koosje Bleij en Hugo van Zeil schenken de Yad Vashem-penning aan Gerard van der Velde, tweede voorzitter van Museum Sjoel Elburg (rechts). Foto: Museum Sjoel Elburg

ELBURG - Familieleden van het Elburgse echtpaar Nicolaas en Murkje Westerink hebben hun nog maar pas verkregen hoge Joodse medaille al weer weggeschonken, en wel aan Museum Sjoel Elburg.

Gevoelens van ontroering overheersten donderdag 28 juli in de sjoel toen het doosje met daarin de grote glanzende penning met bijbehorende oorkonde van eigenaar verwisselde. Want het was nog maar kort geleden, 14 juni, dat deze erepenning in de Haagse synagoge werd uitgereikt aan Miep en Koosje Bleij, kleindochters van Nicolaas en Murkje Westerink, en Hugo van Zeil als vertegenwoordiger van de vorig jaar overleden Gerda van Reen-Westerink, de dochter van het onderscheiden echtpaar Nicolaas en Murkje Westerink. Gerard van der Velde, tweede bestuursvoorzitter van Museum Sjoel Elburg, sprak woorden van dankbaarheid uit. ‘Deze erepenning krijgt een mooie plaats in ons museum.’

Naam

‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ is een eretitel die door Israël aan niet-Joden wordt gegeven, die tijdens de Holocaust Joden helpen onderduiken, ontkomen en overleven. De titel wordt ook wel Yad Vashem-onderscheiding voor hulp aan Joden genoemd. Het bijzondere is dat nu juist twee Elburger families recent zijn onderscheiden met deze unieke penning. Behalve de familie Westerink kreeg ook de familie Flim-Wijnne de Yad Vashem-penning, dankzij de inspanningen van de Elburger historicus Willem van Norel, kenner van het Joodse leven in Elburg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er in Elburg ten minste 35 Joodse mensen in onderduik bij verschillende families, zegt Van Norel. ‘Het gaat om 18 volwassenen en 17 kinderen. Opvallend is dat er voor zover bekend nooit verraad is gepleegd. Alle 35 Joodse onderduikers hebben de oorlog overleefd. Mede dankzij de moed en de vastberadenheid van de onderduikgevers. Hun inzet getuigde van grote moed en vastberadenheid. Ze handelden vanuit hun geloof en een diep rechtvaardigheidsgevoel om hun medemensen in nood te helpen. Hun namen worden in Jeruzalem in een muur gebeiteld, in een park gewijd aan Rechtvaardige onder de Volkeren.’

Gart van Trientjen

Het pand Westerwalstraat 35 (het huis boven de beek) vormde tijdens de oorlogsjaren één van de onderduikadressen. In dit huis woonde de familie Westerink. Vader Nicolaas Westerink (1893-1960) was een geboren Elburger. Hij kwam uit een eenvoudig vissersgezin. Zijn vader Gerrit Westerink (Gart van Trientjen) viste met een klein scheepje (EB 3) op de Zuiderzee. Maar met het oog op de afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee, was voor zoon Nicolaas de toekomst in de visserij onzeker. Nicolaas Westerink koos uiteindelijk omstreeks 1910 voor het vak van notarisklerk. Hij kwam al op 17-jarige leeftijd als jongste bediende in dienst van notaris Hoefhamer. Dit ambt heeft Nicolaas Westerink tot kort voor zijn onverwachte overlijden in 1960 vervuld.

Dirk Bleij

Nicolaas Westerink trouwde op 2 oktober 1919 met Murkje Jaarsma (1890-1985). Uit dit huwelijk werden drie meisje geboren: Hermina (Miep; 1920), Klazina (Klaaske; 1923) en Gerda (1928). Toen de oorlog uitbrak, had oudste dochter Miep inmiddels verkering met Dirk Christiaan (Dick) Bleij. Laatstgenoemde was als ambtenaar in dienst bij de gemeente Oldebroek. Dick Bleij deed in het geheim verzetswerk. Hij zorgde onder andere voor de verspreiding van distributiebonnen en was vooral bezig om onderduikadressen te regelen voor met name Joodse medemensen. Dick was een verbindingsman tussen de verzetskringen in Oldebroek en Elburg. Via Dick Bleij kwamen tijdens de laatste oorlogsjaren Joodse kinderen via Oldebroek naar Elburg. In Oldebroek werd het steeds gevaarlijker, reden waarom Joden werden overgebracht naar Elburg. In deze omstandigheden deed Dick Bleij ook een beroep op zijn aanstaande schoonouders. Van hen kreeg hij de volle medewerking om soms voor kortere tijd, maar ook voor langere tijd Joodse kinderen een veilig onderduikadres te bieden. Op deze manier konden Renate Rosenblatt, Freddy Lazarus en Mozes Winnik in de woning van de familie Westerink aan de Westerwalstraat een veilig onderkomen krijgen.

Verwaarloosd graf hersteld

Dirk Bleij werd gearresteerd en heeft wonder boven wonder het concentratiekamp Dachau overleefd. Na de oorlog trouwde hij met Miep Westerink. Maar echt de oude is hij naar verluidt nooit meer geworden. Daar had hij te veel voor meegemaakt. De buren van Nicolaas en Murkje Westerink, neef Hendrik Westerink en nicht Trijntje Westerink, boden drie jaar lang een veilig onderkomen aan de Elburger Joodse slager Jozef Cohen. Van Norel spant zich in om ook voor Hendrik en Trijntje Westerink een erepenning te krijgen. ‘Deze keer is het niet gelukt, maar ik ga in hoger beroep.’ Uit eerbetoon aan Hendrik en Trijntje Westerink is enige tijd geleden hun verwaarloosde graf op de begraafplaats aan de Nunspeterweg hersteld en opnieuw beletterd. Hun namen worden daardoor niet vergeten.

Sjoel ontvangt Yad Vashem-penning van Elburger familie Westerink

Deel dit artikel