De langsdam in de Waal. Foto: NOS

De langsdam in de Waal. Foto: NOS

TOLKAMER - De waterstand in de Rijn bij Lobith staat bijna op het laagste punt ooit. Vier jaar geleden bereikte de waterstand het peil 6 meter en 48 centimeter, nu staat die nog maar twee centimeter hoger. Een lage waterstand is nadelig voor de scheepvaart die minder lading kan meenemen, maar de problemen zijn (veel) groter.

De gemiddelde waterstand bij Lobith in deze tijd van het jaar is ongeveer 8,70 meter boven NAP. In het najaar komen heel lage waterstanden vaker voor, want dan komt er geen smeltwater uit de Alpen meer in de rivier.

Cristel de Zwaan van het Watermanagementcentrum Nederland (onderdeel van Rijkswaterstaat) vergelijkt de waterstand met een pan. "In een smalle pan staat een liter water hoger dan in een brede pan, maar er zit evenveel water in.” Waterbeheerders en schippers willen vooral weten hoeveel water het land binnenstroomt. In Emmerich staat het water in de Rijn inmiddels twee centimeter onder de peilstok, een waterstand van min twee.

NAP zegt niet zoveel

De waterstand in de rivier duiden we aan met NAP. "Maar dat is alleen van belang bij hoogwater", zegt een woordvoerder van Rijkswaterstaat. "In Duitsland meten ze bovendien anders. Bij hoogwater wil de schipper weten of hij nog onder een brug door kan."

Getallen zeggen dus niet alles, maar zorgelijk is de situatie wel, zegt Gerard Litjens van Bureau Stroming in Nijmegen. Het bureau was onder meer betrokken bij de aanleg van de Spiegelwaal tussen Lent en Nijmegen en heeft een toongevende adviesfunctie op het gebied van waterbeheer.

Los het probleem van lagere bodem op
Gerard Litjens van Bureau Stroming

"De bodem in de rivieren is gezakt", zegt Litjens en dat is ook een reden dat de waterstand is gedaald. "Dat probleem moet je oplossen."

Het water in de rivier stroomt met duizelingwekkende vaart, zegt Litjens. "Als je bij Nijmegen op de Waalbrug staat en je kijkt naar de bocht dan zie je dat het water met een noodgang op je afkomt. Als de snelheid afremt, komt de rivierbodem weer hoger te liggen en stijgt de waterstand."

In een eerder artikel stonden we stil bij de problemen van laagwater voor binnenvaartschippers. "De geulen zijn smaller", zegt voormalig schipper Roland Bosman. "Je moet oppassen. Maar het kan wel. Al verschilt het per schip. Sommige schepen hebben een diepte van 1,50 meter nodig omdat de schroef anders niet goed onder water komt. "

"In de afgelopen honderd jaar is de rivier wel een tot twee meter gedaald, op sommige plekken zelfs drie", vertelt Saskia van Vuren, rivierexpert van Rijkswaterstaat tegen de NOS. De rivier wordt minder goed bevaarbaar, legt ze uit, ook doordat de door de mens aangelegde stenen oevers, kribben en sluizen niet meezakken.

Kribben zijn als een tuinslang waarin je knijpt

Kribben, de stenen 'dwarsliggers' in de rivier, maken de afvoer van water, ijs, grind en zand beheersbaar en houden zo de rivier en de oever op hun plaats. Zo blijft de rivier bij laagwater bevaarbaar voor de scheepvaart.

"Die kribben", gaat de directeur van Bureau Stroming verder, "werken als een tuinslang. Als je de tuin besproeit en je bent niet tevreden over de straal, omdat je meer water wil, dan knijp je in de slang. Dat is wat kribben doen, die jagen het rivierwater langs de oevers." Deze in de negentiende eeuw dwars op de rivier aangelegde obstakels zijn niet voor niks aangelegd. Litjens: "Rivieren zijn van oorsprong ondiep, met zandbanken, eilanden en nevengeulen, terwijl schepen een constante diepgang hebben. "

De toekomst? Een langsdam

Onder aanvoering van het Wereld Natuur Fonds presenteerden diverse organisaties in 2019, waaronder het Nijmeegse waterbureau van Litjens, een plan om de rivier weer 'levend en gezond' te maken. Sinds de oevers zijn vastgelegd met kribben concentreert de erosie zich op de bodem en die zakt al sinds begin vorig eeuw met zo’n 1 tot 2 centimeter per jaar. In de Boven-Waal ligt de bodem nu al 2,5 meter lager dan 150 jaar geleden.

De toekomst voor de Waal zit in zogenoemde langsdammen mét stromende nevengeulen, aldus Gerard Litjens. Daarvan zie je een eerste voorbeeld bij Tiel. Over een afstand van tien kilometer delen de langsdammen de vaargeul van de Waal in twee stukken. Alleen de iets versmalde vaargeul wordt gebruikt door de beroepsvaart, het waterpeil stijgt dan doordat de dam in de rivier minder weerstand biedt dan de voormalige kribben en de stroomsnelheid afneemt. Bij hoogwater, dat door klimaatverandering ook vaker voorkomt, krijgt de rivier juist meer ruimte en lopen de uiterwaarden vaker onder.

Nattere uiterwaarden die vaker overstromen, zorgen volgens deskundigen ook voor een hogere visstand, meer biodiversiteit en een meer dynamisch en recreatief aantrekkelijker landschap. En het is beter voor de funderingen van huizen.

Litjens: "Onze verbeterde versie van de langsdammen met nevengeulen verminderen de stroomsnelheid en daardoor ga je bodemerosie tegen. Ze gaan ook de verdroging in de Betuwe en het Land van Maas en Waal tegen, wat ook goed is voor de land- en tuinbouw." Je zorgt voor een hoger grondwaterpeil, zegt hij.

Deel dit artikel