Directeur Marcel Hielkema van Scalabor. Foto: Omroep Gelderland

Directeur Marcel Hielkema van Scalabor. Foto: Omroep Gelderland

ARNHEM - Voor het eerst in tien jaar tijd heeft Arnhem minder dan 7000 inwoners die in de bijstand zitten. Daarmee heeft de stad de afgelopen jaren honderden mensen meer uit hun uitkeringssituatie gehaald dan het landelijk gemiddelde. Toch kunnen er nog altijd flinke stappen worden gezet, stelt directeur Marcel Hielkema van Scalabor. Volgens hem kan nog zeker de helft van de resterende groep aan het werk worden geholpen.

Scalabor is een van de aanbieders van branchetrajecten waar de regio Gelderland-Midden de laatste jaren steeds steviger op inzet. Die bieden bijstandsgerechtigden na het behalen van een diploma een gegarandeerde baan. Omroep Gelderland bracht eerder vandaag hoe Shiela zo'n traject succesvol doorliep. Zij behaalde haar diploma voor de horeca, maar dat kan ook voor bijvoorbeeld zorg, groen, schoonmaak of logistiek, legt Hielkema uit.

'Ziet schouders omhoog gaan'

Van alle deelnemers haalt 87,5 procent ook daadwerkelijk een diploma en is 90 procent na een jaar nog steeds in dienst bij hun werkgever, weet Hielkema. "Dat zijn mensen die vaak nog nooit een opleiding hebben gedaan. Die nu ineens een diploma hebben en een vaste baan."

Instromers in zo'n traject staan vaak al langer aan de kant, ziet Hielkema. "Hun zelfvertrouwen is in veel gevallen weg. Die weten niet meer precies hoe dat nu is om aan het werk te gaan. Daarom pakken we zo iemand voor langere tijd onder onze vleugels. Zodra ze ervaren dat ze echt iets bij kunnen dragen, zie je hun schouders letterlijk weer omhoog gaan."

Het beeld kan ontstaan dat als mensen langere tijd niet meedoen het 'wel aan de motivatie zal liggen', ervaart Hielkema. "En die zijn er", erkent hij. "Maar dat is echt maar een kleine groep. De meeste mensen willen graag aan de slag. En de arbeidsmarkt is nog nooit zo gunstig geweest voor een werkzoekende. Dus werkgevers moeten wel en willen ook graag inclusief werken."

'5500 inwoners uit bijstand te halen'

Er zijn in de regio inmiddels richting de honderd branchetrajecten succesvol afgerond, weet Hielkema. "En op dit moment zitten 580 mensen in een of ander programma." Hij wijst op onderzoek waaruit zou blijken dat ongeveer de helft van de mensen in de bijstand waarschijnlijk nooit aan het werk zal komen. "Dat kan zijn door ziekte of een héle grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maar de andere vijftig procent kan dat met begeleiding wel."

Die cijfers mag je volgens Hielkema ook op deze regio projecteren, wat betekent dat er alleen al in de gemeente Arnhem nog 3500 bijstandsgerechtigden de komende tijd aan een baan geholpen kunnen worden. Voor de hele regio zijn dat er zelfs 5500, stelt hij.

Waarom dat dan nog onvoldoende gebeurt? "Dat gaat vaak om de capaciteit om deze mensen te spreken en dit echt met elkaar op te willen pakken." Het geld dat het kost, moet je volgens Hielkema zien als investering. "Zo'n branchetraject kost ongeveer 7500 euro. Maar als iemand daardoor echt uit een uitkering gaat. Kijk dan eens, naast wat het voor de persoon zelf betekent, ook naar wat dat financieel betekent: geen uitkering meer, minder zorg en maatschappelijke kosten en minder werk voor een gemeente. Die verdient zich dus makkelijk terug. Eigenlijk een no brainer om het gewoon te doen."

De Arnhemse wethouder Mark Lauriks toont zich daar dan ook graag toe bereid. Dat zijn stad het voor elkaar heeft gekregen om voor het eerst sinds lange tijd minder dan 7000 inwoners in de bijstand te hebben, vindt hij 'supermooi'. "Maar het gaat me niet om dat getal. Want achter al die getallen zitten succesverhalen van mensen die weer met een rechte rug thuiskomen. Met een mooi verhaal voor hun gezin en een beter inkomen. Dat gun ik alle mensen die nu nog in de bijstand zitten ook."

Voor te veel mensen is bijstand geen vangnet, maar een soort wielklem geworden
wethouder Mark Lauriks

Arnhem investeerde de afgelopen jaren miljoenen om extra mensen aan het werk te helpen. Al het geld dat wordt geïnvesteerd om inwoners perspectief op werk te geven, is de moeite waard, vindt Lauriks. Het bijzondere van de Arnhemse aanpak is dat er gekeken wordt naar wat een mens nodig heeft, legt de wethouder uit. "De ene keer is dat een opleiding, de andere keer een aangepaste werkplek. Soms zijn het ook gewoon nieuwe werkkleren. We kijken steeds wat er in dít geval nodig is en dat doen we dan ook gewoon. Daarbij proberen we alles in te zetten wat we kunnen."

Dat klinkt heel logisch, erkent Lauriks. Maar het kost veel tijd om alle mensen die in de bijstand zitten te spreken, weet de wethouder. "Daar hebben wij nu juist in geïnvesteerd. Om met hen te kijken hoe hun leven eruitziet en waar we kunnen helpen. Voor te veel mensen is bijstand geen vangnet, maar een soort wielklem geworden", stelt de wethouder.

Een kwart van de mensen die in zijn stad een bijstandsuitkering ontvangen, doet dat al zeker sinds 2013, ziet Lauriks. "Je moet horen wat er bij hen speelt in plaats van denken: die zitten daar al zo lang in, dat heeft geen zin meer. Juist dan heeft het zin, en juist dan moet het", besluit de wethouder.

Zie ook:

Deel dit artikel