Jonkheer Frans heeft een ondertekend manuscript van de koning. Foto: Omroep Gelderland

Jonkheer Frans heeft een ondertekend manuscript van de koning. Foto: Omroep Gelderland

APELDOORN - Als kind werd Frans Lauta van Aysma uitgelachen om zijn dubbele achternaam, en op latere leeftijd werd zijn naam ook nooit goed geschreven. Toch wist hij altijd: ik ben van adel. Gisteren kreeg hij dan officieel die bevestiging: Frans mag zich vanaf nu Jonkheer noemen. "Het gaat me niet om geld, maar om die titel."

Hij mag dan wel van adel zijn, aan zijn woonsituatie is het niet te zien. Frans woont in een appartement op de derde verdieping van een flatje in Apeldoorn. Dropjes op tafel, kleedje op de bank en computer tegen de muur. Een klein en gezellig appartementje. "Ik kom uit een arm gezin. We hadden vroeger helemaal niets", zegt hij. "En eigenlijk nog niet, ik leef van de AOW en een klein pensioentje."

Straatarm en van adel

Toch wist hij als kind al dat hij adellijk bloed had. "Mijn vader wist dat onze voorouders van adel waren, maar ooit is die titel niet goed doorgegeven." Op school vertelde hij natuurlijk wel over zijn adellijke afkomst. "Als kind was ik daar trots op, maar de andere kinderen lachten me uit. Ik kon niets bewijzen, en we waren straatarm. Hoezo zou ik van adel zijn?"

In de loop der jaren kwamen er wel kleine bewijzen binnen: een hobbyist had een groot deel van de stamboom van Frans uitgezocht, en daaruit bleek inderdaad wel dat er adellijke voorouders waren.

Maar het grootste bewijs kwam vijf jaar geleden, toen de grafkelder van een kerk in Friesland opengemaakt werd. "Daar lagen een stuk of vijf oude skeletten in. En de kerkrentmeester, André Buwalda, wilde graag weten wie van de vijf de belangrijke kolonel was waarvan de kerk ook een helm had. Omdat ik familie moest zijn, werd gevraagd of ik DNA af wilde staan."

Kerk betaalt aanvraag

Er bleek een 100 procent match te zijn met een van de skeletten. "Dat betekent dat ik dus in één lijn van alle mannen uit die familie afstam. En de adellijke titel wordt alleen via mannen doorgegeven, dus ik bleek er nog recht op te hebben." De aanvraag om alsnog in de adellijke stand verheven te worden kost veel geld. "Maar dat heeft de kerk voor me betaald, daar ben ik ze intens dankbaar voor. Het heeft mij allemaal geen cent gekost."

En zo komt het dat Frans maandag in Den Haag mocht komen, om daar de titel Jonkheer te krijgen. "Ik had gedacht dat er ongeveer vijf mensen zouden zijn, maar er waren er wel twintig. Allemaal jonkheren en jonkvrouwen, die keurig gekleed in pak me welkom heetten. En de minister was er ook bij."

Frans kreeg een prachtig perkamenten boekwerk, waarin de koning hem en zijn dochter benoemt tot jonkheer en jonkvrouw. "Zelfs de handtekening van de koning staat er onder, prachtig."

Geen kasteel

Bij de titel hoort geen som geld, landgoed of kasteel, maar daar ging het Frans niet om. "Nee, ik ben helemaal tevreden zoals het nu is. Maar die titel was een erezaak voor me. Mijn familie heeft daar altijd recht op gehad, en niemand heeft hem mogen dragen. Nu zijn mijn dochter en ik de laatsten die de titel zullen dragen, want ik heb geen zoon. Maar ik kan nu wel bewijzen dat het klopt wat ik altijd heb gezegd: ik ben van adel."

Deze dagen wordt Frans overspoeld met media-aandacht. "Dat is wel vermoeiend hoor", geeft hij toe. En dus gaat Jonkheer Franciscus Antonius Gemma Lauta van Aysma straks even naar zijn stamcafé. "Samen een biertje drinken. En nee, als Jonkheer krijg ik die niet gratis", lacht hij.

Deel dit artikel