- Ongedacht warme herfstdagen, dus de fiets gepakt en doorgedrongen tot het donkere maar o zo mooie hart van de Veluwe. Bossen, heide, gehuchten, dorpjes met een terrasje. Dat vonden we ook, maar ik noem niet de naam, om privacy-gerelateerde redenen zoals straks blijkt. Ook nu overkwam ons waar ik al eens eerder over schreef: terraspraat. Want je zit er niet alleen. Net als de ober verdwijnt met onze bestelling stopt er aan de overkant van de straat een auto. Een man stapt uit, sluit af, steekt de straat over en neemt plaats aan het tafeltje naast ons. Zo begint het.

Vrijwel direct daarna komen er twee vrouwen (misschien wel dames, maar dat weet je van tevoren nooit) aan die zich bij hem voegen. Je merkt dat ze elkaar goed kennen; de ene vrouw lijkt bij de man te horen, de ander is waarschijnlijk een vriendin of kennis. Ze zijn hier eerder geweest - dat vragen we ze natuurlijk niet, maar wordt ons duidelijk uit hun stemniveau en opmerkingen als o ja, weet je nog van dat ijs toen? Ja, dat weten ze en ze lachen hard. Vooral de ene vrouw, die vermoedelijke vriendin, praat niet alleen luid, maar domineert ook het gesprek.

Maar we zijn hier niet voor hen gekomen, dus voeren we ons eigen gesprek, kijken naar het dorpsbeeld, de dorpelingen die hier van links naar rechts en omgekeerd lopen, fietsen en rijden. Het is druk. Als bij de buren de ober hun wensen komt opnemen hoor ik ineens weer over dat ijs van toen. Kennelijk begrijpt de ober er ook iets van, dus nu met hem erbij wordt er opnieuw hartelijk gelachen. De ober loopt weg, het gesprek wordt hervat. Flarden bereiken ons oor: …toen zei ik tegen hem ik voel wel wat je bedoelt … maar ik doe het niet … hij geeft niet op dus zeg ik dat gaat-em niet worden … wat zeg je? O zeker, ik geniet hier gewoon van.

Bij de kerk iets verderop gaan er klokken luiden; het ongewone tijdstip doet ons vermoeden dat er een begrafenis is. Naast ons klinkt nu: ik ben toen wel een hele lange tijd erg druk geweest hoor, we hebben enorm veel werk verzet … (de toon klinkt haast verontschuldigend, zou ze bang zijn dat haar gesprekspartners dat betwijfelen?) … De andere vrouw vraagt iets en ze reageert … o ik heb er toch wel zo’n twintig, tweeëntwintig misschien gemaakt hoor … Ontzettend leuk toch? Allemaal fijne mensen daar, we hadden een sterke klik … De man staat op en steekt de straat over naar zijn auto waar hij gaat staan bellen, ik merk dat ik daar begrip voor voel.

We krijgen onze lunch en zwijgend genieten we ervan. De klokken beieren nog steeds, zo luid en hardnekkig dat ik het vermoeden krijg dat er meer dan één overledene is; of zouden ze hier ook bij een bruiloft luiden? De man is klaar met bellen en voegt zich weer aan zijn tafeltje. Het gaat daar inmiddels over de kinderen van de leidende vrouw: …o hij zit in Zwolle hoor, aan … (ik versta de naam van de straat of instelling niet) …de banen worden hem daar van alle kanten aangeboden … Kennelijk volgt er een vraag over een dochter, maar die wordt vaag beantwoord, met teksten dat ze creatief haar weg zoekt of zoiets. Hun bestelling wordt gebracht, ik hoor weer het woord ijs vallen en dezelfde lach als voorheen, ober inbegrepen.

Als het een poosje later gaat over hoe duur het leven wordt roept ze ineens: Vijfendertig euro! Dat is toch veel? Maar echt mensen, ik zeg jullie, het loopt terug. We moeten allemaal minderen, we ontkomen daar niet aan. Het kan niet zo blijven.

Onze lunch was heerlijk, van het gesprek heb ik niets begrepen. Ging het over kunst? Projecten? Een winkeltje waarmee ze het niet redde? Onderwijs? Geen idee. En wat zouden haar gesprekpartners hebben verteld als die eens een vraag van haar hadden gekregen? Nou ja, welk onderwerp je ook bedenkt, deze teksten kun je zelf gemakkelijke als invulmodel gebruiken. Taal zonder inhoud, behalve voor wie het onderwerp (en de persoon) kent. Probeer het eens op een verjaardag, met een onderwerp als kopen op de markt, het frituren van kroketten, of nou ja kies zelf maar.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl

Deel dit artikel