- Onlangs hebben we als college ons voorstel voor de begroting naar de gemeenteraad gestuurd. We noemen dit de meerjarenprogrammabegroting. Daarin kijken we natuurlijk allereerst naar 2023. Als gemeente zijn we verplicht om in de begroting vier jaar vooruit te kijken.

Nadat onze gemeenteraad de begroting heeft vastgesteld, gaat deze voor een extra controle naar de Provincie Gelderland. Zo is dat nu eenmaal geregeld in ons land. En zo voorkomen we met elkaar dat er gemeenten zijn die ‘pot verteren’ en hun inwoners op een gegeven moment opzadelen met onbetaalde rekeningen. Onze begroting is vooral een financiële planning, van al onze uitgaven. Maar ook een financiële vertaling van het collegeprogramma. Bijvoorbeeld, wanneer geven we geld uit aan de versnelling van het woningbouwprogramma?

De begroting voor 2023 omvat zo’n € 66 miljoen. Het meeste geld heeft een vast doel, bijvoorbeeld de uitvoering van de WMO. Of het aanleggen/onderhouden van de wegen. Begroten is vooral weten wat je gaat doen en wanneer. Maar soms wijzigen de omstandigheden zodanig, dat we andere afwegingen moeten maken.

Voor de oorlog in Oekraïne was het ondenkbaar dat de energieprijzen zo uit de pan zouden rijzen. Niet alleen de dagelijkse boodschappen, werkelijk alles is duurder. Ons geld wordt steeds minder waard. We begroten dus wel, maar ‘weten wat we gaan doen en wanneer’ is even niet aan de orde.

Ik hoor nachtmerrieachtige verhalen over torenhoge energierekeningen. Vaak vallen die op de mat bij huishoudens waar het toch al geen vetpot is. Sommige mensen moeten het doen met minder dan € 100 per week aan leefgeld. Gelukkig hebben we in onze gemeente nog steeds een ruim vangnet. En het is gelukt om de bijzondere bijstand en andere aanvullende voorzieningen in de begrotingsplannen voor 2023 overeind te houden.

Maandagavond 14 november vergadert onze raad over de begroting. Daarna weten we of we aan de slag kunnen met deze begroting. Ik zie mijn eerste begrotingsvergadering als wethouder financiën met vertrouwen tegemoet. Al weet je het natuurlijk nooit zeker.

Lyda Sneevliet-Radstaak, wethouder

Deel dit artikel