Column "Tussen kunst en kitch"
Er hangt een schilderij aan de muur. Tenminste, zo noemt mijn tante het. Een vergezicht over de Provence, lavendelvelden tot aan de horizon, en een lucht die zo roze is dat zelfs de zon zou blozen van schaamte. "Prachtig hè," zegt ze trots, "gekocht bij de Intratuin." En ik knik beleefd, want ik heb geleerd dat esthetiek net als liefde is: beter niet in discussie over gaan aan tafel.
We leven in een tijdperk waarin de grens tussen kunst en kitsch niet vervaagt, maar juist glanst. Glitters, pastelkleuren, neonletters het mag allemaal weer. Een kunstwerk hoeft geen diepzinnige boodschap meer te fluisteren; het mag ook gewoon leuk zijn. Toch blijft dat venijnige onderscheid in de lucht hangen. Kunst, dat is wat de elite bewondert. Kitsch, dat is wat de rest koopt.
Maar is dat nog wel zo? Andy Warhol drukte soepblikken af en noemde het kunst. Jeff Koons maakte glimmende ballonhonden voor miljoenen. En ondertussen staat in elk huishouden een Boeddha van de Blokker die met evenveel devotie wordt afgestoft. Misschien is het enige verschil dat Koons zijn honden signeert en de Boeddha niet.
Echte kunst ontroert, zeggen we dan. Maar wie bepaalt wat echt is? Mijn tante voelt iets bij haar lavendelveld, een rust die geen museum ooit haar schonk. En als we eerlijk zijn: is dat niet precies wat kunst moet doen? Raken, hoe bescheiden of bombastisch ook?
Misschien is kitsch gewoon democratische kunst kunst zonder toelatingseisen. Een toegankelijke versie van schoonheid, verpakt in hars, canvas of keramiek, met glanzende randjes en sentimentele ondertoon.
Dus ja, tussen kunst en kitsch loopt geen grens, maar een spiegel. En wat je erin ziet, zegt minder over het object dan over jezelf
Heb je een tip of opmerking? Mail onze redactie via info@locomediagroep.nl.
